Hedendaagse en Vergelijkende spiritutaliteit

Algemeen
Anoniem [door een kartuizer monnik]
Alleen, in de stilte
in: Benedictijns tijdschrift, 68 (2007), 98-108. — Zie bijlage.

D'Alançon, Guillaume
Les sommets du silence
in: Famille chrétienne. Hebdomadaire catholique familiale, nr. 1916, 4-10 oktober 2014, 32-35, ill. — Zie bijlage.

De Lassus, Dysmas, O.Cart. & Aymeric Pourbaix [interview]
Des hommes ordinaires pour une vie hors de l'ordinaire
in: Famille Chrétienne, nr. 1968 (3-9 oktober 2015), 36-41.

De Smet, Erik & Tim Peeters
Iedere christen heeft stilte nodig
in: Kerk + Leven / Klapstoel, 10 december 2008. — Zie bijlage.

Nissen, Peter
Kartuizers: de stille kracht van het witte paradijs
in: VolZin. Opinieblad voor geloof en samenleving, 8 / 7 (3 april 2009), 24-27. — Zie bijlage.

Peeters, Tim
De ene spiritualiteit van Jezus en de vele spirituele wegen tot navolging. Mijmeringen na een bezoek aan de prior van La Grande Chartreuse
in: Emmaüs. Voor wie met Christus door de tijd wil gaan, 40 / 2 (2009), 5-12. — Zie bijlage.

Peeters, Tim
Leven in het hart van de Kerk: de kartuizers en de kerkelijke communio
in: Communio. Internationaal katholiek tijdschrift, 32 (2007), 422-431.1 — Zie bijlage.

Peeters, Tim
Vivere nel cuore della Chiesa: I certosini e la communio ecclesiale
in: Claretianum, 49 (2009), 195-206.2 —Zie bijlage.

Camaldulenzen
Mulitzer, Matthias
Die amerikanischen Einsiedeleien der Kamaldulenser von Monte Corona
in: Kartäusisches Denken und daraus resultierende Netzwerke vom Mittelalter bis in die Neuzeit, dl. 4 [Analecta Cartusiana, 276:4], Salzburg 2012, 203-214.3 — Zie bijlage.

Peeters, Tim
Camaldulenzen vieren milleniumfeest. Duizend jaar als één dag
in: De Kovel. Monastiek tijdschrift voor Vlaanderen en Nederland, 5 / 23 (juni 2012), 62-72. — Zie bijlage.

Monialen van Betlehem4
Einig, Regine
Die Stille ist ihr Lebenselement. Zu Besuch in der anbetenden Kirche: In Kloster Marienheide leben zwölf Schwestern von Bethlehem in der Tradition der Wüstenväter und des heiligen Bruno
in: Die Tagespost. Katholische Zeitung für Politik, Gesellschaft und Kultur, nr. 155/156 (30.12.2014), Würzburg, 2014, 20-21, ill. — Zie bijlage.

Colla, Jan
Steun voor Opgrimbie. Lokale kerkgemeenschap toont dat er een draagvlak is voor monialen
in: Kerk & Leven. Aartsbisdom, 74 (2013), nr. 21 (22 mei 2013). — Zie bijlage.

Mulitzer, Matthias
Monasterio Maria im Paradies in Austria. The Maria im Paradies convent in Austria
in: Domus. La città dell' uomo, nr. 984 / oktober (2014), 50-63, ill. — Zie bijlage.

Peeters, Tim
Gastvrije gemeenschap van solitairen. Monastieke Familie van Bethlehem wordt zestig
in: Tertio geloofwaardig. Christelijk opinieweekblad, 11:559 (2010), 10.

Peeters, Tim
De heilige Bruno achterna: getuigenis van een bijzondere roeping
in: Het Teken, 83 (2010), 139-142, 2 ill. — Zie bijlage.

Peeters, Tim
Kartuizerinnen op zoek naar stabiele observantie: relaas van een lang geboorteverhaal
in: De Kovel. Monastiek tijdschrift voor Vlaanderen en Nederland, nr. 34 (september 2014), 50-61, ill. — Zie bijlage

Eine Schwester von Bethlehem [Kartäuserin]
‘Die monastische Familie von Bethlehem und der Aufnahme Mariens in den Himmel’
in: Norbert Esser (red.), Christliche Mystik in Kloster und Welt, Sinzig 1997, 34-61.

  • 1. Heruitgave: [Peeters 2008].
  • 2. Italiaanse vertaling van het oorspronkelijk Nederlands artikel: Leven in het hart van de Kerk ... . Claretianum is een periodiek uitgegeven door het Istituto di Teologia della Vita Consacrata te Rome.
  • 3. "Zu den Bauten des 20. Jahrhunderts dieser Orden".
  • 4. Bij de afkondiging van het dogma van de Tenhemelopneming van Maria in 1950, bevond zich in de menigte een zekere Soeur Marie, die juist teruggekeerd was van een vierjarig verblijf in een contemplatieve gemeenschap en één jaar afzondering, in navolging van de woestijnvaders en de heilige Bruno. Ze voelde, enigszins onbewust, dat er in die menigte mensen geroepen zouden worden om het mysterie van Maria te beleven in een nieuwe religieuze orde. Ze begreep eigenlijk de zin van haar nieuwe roeping niet ten volle, maar toch vertrok ze het jaar daarop samen met een andere zuster naar Chamvres in de Bourgogne, waar ze zich toelegden op een leven van gebed en eenzaamheid. Toen een derde zuster zich bij hen aansloot, vroegen ze aan de aartsbisschop van Sens het habijt te mogen ontvangen en geloften af te leggen. Dat was het begin van een nieuwe orde. Na enkele maanden waren ze reeds met tien. De eigenlijke roeping van de orde kreeg een duidelijke gestalte.
    Deze groep verliet in 1954 de Bourgogne en ging zich vestigen te Méry-sur-Oise. Ze vormden een communiteit met als doel het oorspronkelijke monastieke ideaal te beleven in volkomen eenzaamheid. In 1959 verbleven heel wat zusters in verschillende Griekse en Libanese monasteria om er de traditie van de laurae te leren kennen. Hierdoor beïnvloed gaven de zusters definitief gestalte aan hun orde, vanaf dan "Zusters van Betlehem".
    In 1973 konden de zusters hun intrek nemen in de voormalige kartuis van Currière dichtbij de Grande Chartreuse. Sindsdien werd de invloed van de kartuizers steeds beter voelbaar in hun levenswijze. Nochtans is er slechts een spirituele band tussen de nieuwe orde en de kartuizers en geen juridische. Ze aanzien de heilige Bruno ook als hun vader en hebben veel gemeen met de kartuizers qua stilte, eenzaamheid en leven in de cel. Twee grote verschillen: er is geen onderbreking van de nachtrust en weinig gregoriaans, maar wel duiken sterke oosterse invloeden op in de liturgie.
    De orde nam een forse uitbreiding en in 1976 kwam er een mannelijke tak bij. Ook in België stichtten ze een klooster. Van 1971 tot 1975 verbleven zes zusters in een aanhorigheid van de abdij van Chèvetogne, waar ze werkten in het gastenkwartier. Maar de ruimte waarover ze beschikten en het werk bij de gasten, lieten hun niet toe hun eigenlijke roeping ernstig te beleven. Ze keerden terug naar Frankrijk.
    In 1981 kwam een groepje terug naar België op verzoek van de bisschop van Namen. Ze gingen wonen in de oude abdij van Marche-les-Dames. De zusters hadden plannen om het klooster te renoveren en uit te breiden, maar in 1991 vernamen ze dat de wetgeving niet toeliet hun bouwplannen te realiseren. In 1993 kregen de monialen bij testament van de Belgische koning Boudewijn een deel van het koninklijk domein Fridhem te Opgrimbie. Vele moeilijkheden beletten de zusters vlug een definitief klooster op te trekken. Na lang aanslepende procedures werd tenslotte toch een bouwvergunning gegeven. Intussen waren reeds heel wat Vlaamse zusters ingetreden.
    De orde van de monniken en monialen van Betlehem, Maria Ten-Hemel-Opgenomen en de heilige Bruno hebben op dit ogenblik vier mannenkloosters met een vijftigtal monniken en een dertigtal monialenkloosters met ongeveer 500 leden. Ze zijn verspreid over de hele wereld, o.m. in Frankrijk, Italië, Israel, Oostenrijk, Spanje, V.S., Duitsland, Argentinië, Canada, Litouwen, Polen, Chili, Portugal en België.