Egidius de Sancto Audomaro

Ook al vermelden de overlijdensberichten in de generale kapittelbesluiten deze kartuizer eenvoudig als “domnus Egidius, monachus et sacerdos domus Brugis” zonder een cognomen, mag men ervan zeker zijn dat deze te vereenzelvigen is met Egidius de Sancto Audomaro die het Graduale Romanum cum cantu, ewaard te Douai in de Bibliothèque municipale onder het nummer 132 Rés., kopieerde.1 In het colofon op f 236v2 staat geschreven:“Iste liber pertinet ad D. Johannem Hoste, monachum istius h[er]emi, quem fecit fieri de bonis parentum suorum, et post ejus obitum remanebit ad domum istam, scilicet Vallis Gratiæ juxta Brugis, ordinis Carthusiensis. Scripsit istum Egidius de S. Audomaro, similiter monachus istius domus. Orate pro ambobus”. De analyse van dit colofon in het licht van van de monastieke situatie van opdrachtgever en kopiist is van belang om de ontstaansomstanigheden van dit manuscript zo nauwkeurig mogelijk te schetsen.
...

Biblio + Prosopo Cartusiani BE - E

  • 1. Schematishe beschrijving van het handschrift
    bibliotheca
    Douai, Bibliothèque municipale (hodie Bibliothèque Marceline Desbordes-Valmore)
    sectio
    Réserve patrimoniale
    codicis numerus
    132 Rés. (olim G. 93, D. 184)
    foliorum numerus
    236 f.
    scriptor
    Egidius de Sancto Audomaro O.Cart.
    benefactor
    Hoste Joannes O.Cart.
    origo
    Sin-Kruis-Brugge, kartuizers
    datatio
    ante 1388 (- s. XV in.)
    notatio musica
    ...
    biblio
    - Bénédictins du Bouveret, Colophons de manuscrits occidentaux des origines au XVIe siècle, dl. 2, Fribourg (Suisse) 1967, 16, nr. 3684 (= Spicilegii Friburgensis subsidia, 3)
    - [Declercq 2018]189
    - Dehaisnes, C., Catalogue général des manuscrits des Bibliothèques publiques des Départements, dl. 6: Douai, Paris 1878, 65 (nr. 132)
    - [Devaux 2007]dl.1, 93 - 87
    - Le Graduel Romain. Édition critique par les Moines de Solesmes, dl. 2: Les sources, Saint-Pierre-de-Solemses 1957, 48, 161, 173
    - [Hendrickx 1973]13-20
    - [Roose 1996a]31
    - [Vandemeulebroucke 1965]220
    internexus
    - BM Douai 132 Rés. (descriptio)
    - BM Douai 132 Rés. (colophon)
    - BM Douai 132 Rés. (decoratio)
    annotatio
    Titulus
    Gabriël Van Dijck O.Cart.(† Grande Chartreuse, 2019), bibliograaf van de Orde, schreef in een brief, gedateerd 29 oktober 1983, het volgende: “... Graduale Romanum cum cantu. Dat is misschien de officiële wetenschappelijke titel van zo’n boek en zo staat het misschien in de Catalogue général ... maar het zou me verwonderen als het handschrift zelf deze titel draagt. Het is feitelijk een Graduale Cartusiense en ‘cum cantu’ is daarbij overbodig. Volgens Dom Augustin Devaux [† 2021] hebben onze graduaalhandschriften helemaal geen titel. Solesmes in Le Graduel Romain, dl. 1: Les sources, geeft deze titel ook niet.”
    Colophon
    Merk hierbij op dat het manuscript pas na de dood van Joannes Hoste († vóór 1411) – [Vandemeulebroucke 1965]268. volkomen tot het kloosterbezit zal behoren.
    Benefactor
    In een charter van 1 juni 1350 wordt medegedeeld dat Joannes Hoste aan de kartuis enkele gronden heeft geschonken om de kosten “ad opus dicte domus conventus commodum et utilitatem et specialiter ad indumenta seu vestes monachorum” te betalen. – [Vandemeulebroucke 1965]91. Wordt met opus in dit citaat het hier besproken handschrift bedoeld? Als we de situatie zoals hierboven beschreven aanvaarden, werd Hoste, vermoedelijk als twintigjarige – Dit was de leeftijd (viginti ad minus annorum) die de aspirant-kartuizer minstens moest hebben om te worden toegelaten: Statuta Antiqua (1259), 2a pars, cap. XXIII, art. 1., in het begin van de zomer 1350 door de Brugse kartuizers in Sint-Kruis ontvangen. In dezelfde bewijsvoering kan men dan ook stellen dat Egidius van Sint-Omaars in die periode beschikbaar was om het vervaardigen van een graduale aan te vatten. De totstandkuming van een dergelijk liturgisch boek zou een hele periode bestrijken, in de eerste plaats al omdat de kartuizerwetgeving bepaalde dat de correcte tekst van liturgica moest gehandhaafd zijn door ze te vergelijken met de oorspronkelijke exemplaren aanwezig in de Grande Chartreuse – Statuta Antiqua (1259), 1a pars, cap. I, art. 4-6. – Over andere factoren die de tijdsduur beïnvloeden, zie infra ‘Datatio’.[, zodat in alle kartuizerprovincies de eenvormigheid werd bereikt. Het hier besproken koorboek werd gecollationeerd met een oermodel van het einde der 12e eeuw.– Dit prototupe betreft ms. Grenoble; Bibliothèque municipale, 395, omdanks het verschil in de grafische vorm van de muzieknoten (zie hierover supra ‘Notattio musica’). Zie ook Le Graduel Romain. Édition critique par les Moines de Solesmes, dl. 1: Les sources, Saint-Pierre-de-Solemses 1957, 48, 161, 173.
    Datatio
    De Dowaaise cataloog uit 1878 dateert het Graduale algemeen in de 14e eeuw. In 1957 beweren de benedictijnen van Solesmes dat het een 15e-eeuws handschrift is. Ten slotte preciseert één onder hen, Jacques Hourlier († 1984), in een brief van 29 mei 1969 dat het manuscript dagtekent uit het begin van de 15e eeuw. – “La question de date ne fait pas problèmes: fin XIVe siècle s'accorde avec XVe, car, dan notre pensée, il s'agissait du début de ce siècle". De kopiist noemt zich Egidius van Sint-Omaars, monnik van het huis 'Dal van Gratiën' bij Brugge. De overlijdensberichten uit de Chartae Capituli Generalis met betrekking tot Genadedal delen binnen het voornoemde tijdsbestek slechts één kartuizer mee met de naam Egidius, evenwel zonder een verwijzing naar de herkomst, wiens overlijden staat opgetekend in de kapittelbesluiten afgekondigd in 1389: "† charta 1389 [obiit] Dominus Egidius monachus et sacerdos domus Brugis habens tricenarium". – Zie PB Brugge 1, beeld 12, alsook [PCBR 1999]dl. 1, 138 (nr. BgM049). Dit betekent dat hij, wegens ontstentenis van een gekende sterfdag, gestorven is tussen Pasen 1388 en Pasen 1389 rond welke tijd jaarlijks het generale kapittel vergaderde en de overlijdens tussen deze twee tijdstippen bekendmaakte. – [Cygler 2002]243, 294. Derhalve stelde Egidius het Graduale zekerheidshalve samen vóór 1388. Niettemin verbaast het waarom Dom Hourlier, een ervaren kenner van liturgische handschriften, dit koorboek in het begin van de 15e eeuw dateerde. Wellicht oordeelde hij dat het handschrift dan pas was voltooid, wanneer, na de scriptor (tekstschrijver), ook de notulator (schrijver van muzieknoten) en de illuminator (boekverluchter) hun werk hadden verricht. – Dit is niet ongewoon. In het geval van een uit de Leuvense kartuis herkomstig Graduale (1506) onderscheidt een nota over de uitvoerders van dit koorboek de tekstschrijvers duidelijk van de notenschrijver. – © Frans Hendrickx.
  • 2. [Vandemeulebroucke 1965]220 plaatst dit colofon in tegenstelling tot de beschrijvingen in de handschriftencatalogi op f. I.