Joannes Vekenstijl
Biographia
Joannes Vekenstijl werd ook wel Blauwen-Steen genoemd, naar de naam van zijn ouderlijk huis.Hij was Leuvenaar van geboorte. Daarom noemde men hem in kartuizerbronnen Joannes de Lovanio (of Lovaniensis). Alvorens in te treden studeerde hij aan de universiteit in zijn geboortestad. Men weet alleen dat hij er in 1451 als student – hoogstwaatschijnlijk aan de Artes-faculteit – was geregistreerd in de Liber Primus Intitulatorum 1426 - 14531: “ [Pag. 125] 4. Johannes Vekenstil, Leod. dioc..... Anno quiquagesimo primo”.2
Zijn professie deed hij in het kartuizerklooster op Het Kiel bij Antwerpen omstreeks 13 novembe r 1455. Rrond het feest van de Elfduizend Maagden (21 oktober) 1491 verliett hij zijn professieuis, waar hij vicarius was. Hij werd naar Leuven gezonden om er de stichting van een nieuw ordehuis te helpen voorbereiden.Een verkeerde overlijdensaantekening in de besluiten van het generale kapittel volgens de Villeneuve Necrology laat vermoeden dat hij hiier alls hospes vertoefde .3 Integendeel, hij was er een volwaardig monnik4 in de functie van de eerste procurator van der stadskartuis in wording. Dit ambt vervulde hij tot 1496 met zorg voor het dagelijks brood en voor de constructie van de kloostergebouwen. Een opvallende, plechtige gebeurtenis! Met de toestemming van rector Joannes Schullinck, de eerste overste van de kartuis onder deze benaming, had hij bij de eerstesteenlegging dertien jonge meisjes uit de beste Leuvense families uitgenodigd. De bedoeling van deze plechtigheid was ongetwijfeld om de kartuis bekend te maken in de hoogste sociale kringen van Leuven. In 1496 werd hij ontheven uit zijn functie van procurator en nam hij de taak van vicarius op zich. Dit ambt oefende hij tot aan zijn overlijden op 27 of 28 januari 1507 uit. In 1503 vierde hij zijn kloosterjubileum. Hij leefde gedurende drieënvijftig jaar op prijzenswaardige in de Orde.
Als recntstreeks betrokkene bij de oprichting van de nieuwe kartuis maakte hij zich niet alleen op bestuurlijk vlak verdienstelik, maar was hij ok de best geplaatste persoon om de geschiedenis van de beginperiode tot 1502 in een kroniek te verhalen. Ook is hij de auteur van de handelingen der heilige kerkkvorsten geschreven in eenzelfde kroniekachtige stijl.
Opera
• [Chronicon Carthusiae Lovaniensis 1486-1525]
■ Brusseel, Koninklijke Bibliotheek van België, 15003-485
Dit is een door Van den Gheyn geconstrueerde hoofding, omdat een eigen titel niet voorhanden is. Deze kroniek werd samengesteld door twee Leuvense kartuizerauteurs. Het eerste gedeelte werd geschreven door Joannes Vekenstijl die volgens Delvaux verhaalde tot 1502, maar voor deze datum geen bewijs gaf, want de auteur stierf pas op 28 januari 1507. Het tweede gedeelte is van de hand van Joannes de Thymo en werd door zijn confraters het Liber Thymo genoemd.
- 1. Zie https://agatha.arch.be/data/ead/BE-A0518_104297_108072.
- 2. E. Reusens (ed.), Matricule de l'Université de Louvain, dl. 1: 1426 (origine) - 30 août 1453, Bruxelles,Commission Royale d'Histoire / Librairie Kiessling et Cie, 1903, 169. (= Collection de Chroniques belges inédites ; *9). – Deze uitgave is slechts een kopie van het eerste inschrijvingsregister. Het origineel is inderdaad verloren gegaan. Dit gebeurde als gevolg van de brandstichtingen in de Universiteitsbibliotheek van Leuven tijdens de Eerste Wereldoorlog.
- 3. [Clark 1997-2005]dl. 2, 122: “hospes in Lovanii”.
- 4. [Clark 1992b] dl. 1, 82: “monachus domus in lovanio”.
- 5. Cat. KB Brussel, dl. 2, 1902, 231, nr. 1223 : 70, ed. [Reusens 1877] . – “L'éditeur partagea la chronique en deux parties. En réalité, il s'agit de deux chroniques totalement différentes. On attribua à tort la paternité de cette chronique à P. Dorland [ [Reusens 1877]228: Répertoire onomastique des manuscrits formant la deuxiàme section de la Bibliothèque royale de Belgique, Bruxelles 1857, 20]. E. Reusens démontra, texte à l'appui, que Jean Vekenstljl en est l'auteur. J. Molanus 1861 304, attribua la chronique à Jean de Thim o, dont l'œuvre fut dénommée Liber Thimo par les moines du couvent. Les deux auteurs ont à la fois raison et à la fois tort. E. Reusens a raison pour ce qu'il désigna comme la première partie de la chronique. Cette partie ne va cependant que jusqu’à l’année 1502. La partie désignée comme étant la seconde reprend quelques données de la première depuis l’année 1494 et continue jusqu'en 1525. Jean Vekenstijl ne peut cependant être l’auteur de cette partie puisqu’il mourut le 28 janvier 1507. J. Molanus a raison pour la seconde partie de la chronique. Jean de Thimo apparaît quand même bien comme étant l’auteur puisqu'il parle de son père, Gérard de Thimo [[Reusens 1877]282, 286], secrétaire communal de Louvain. Il y a en outre une différence fondamentale entre ces deux parties tant par le style que par le contenu. Jean Vekenstijl était du nombre des premiers moines qui vinrent en 1491 occuper le nouveau couvent et remplit, les premières années, la difficile tâche de procureur. De là vient qu’il porta toute son attention et tous ses soins à procurer le pain quotidien et à construire les bâtiments conventuels. Il décrit les contacts qu’il a eu personnellement avec les bienfaiteurs. En tant qu’originaire de Louvain, il a inséré dans son texte plusieurs événements survenus dans sa ville natale qui n’ont aucun rapport avec l’histoire du couvent. Son style témoigne d’une grande naïveté, mais est très vivant par la succession du récit et du dialogue. Jean de Thimo, un Louvaniste aussi, donne un rapport objectif et sobre, dans l’ordre chronologique, de deux sortes d'événements, à savoir ceux relatifs aux bienfaiteurs et à leurs dons et ceux relatifs aux nouveaux moines et convers. Pour étayer ses affirmations, il s’appuye constamment sur des sources qui sont maintenant perdues, tels un registre aux donations et un rentier.” ([Delvaux 1972b]1459-1460).